Het verhaal van Monique

Waarom ben je begonnen met je vrijwilligerswerk bij de Wonderboom?
Ik ben zelf afkomstig van Nederland, maar woon al jaren in België. Zo besef ik als geen ander hoe groot het cultuurverschil is. Zelfs al beheers je de taal. Maar voor de kinderen die ik Nederlands leer, is het nog moeilijker. Dit zijn Syrische vluchtelingen, zij spreken geen woord Nederlands. Het ligt ook in mijn aard om mensen iets aan te brengen of bij te leren. Mijn moeder is doof en daardoor studeerde ik ook voor Tolk Vlaamse Gebarentaal. Door die opleiding pak ik het lesgeven anders aan: zeer visueel met tekens en gebaren. Het is ook fijn dat ik een stukje mijn creativiteit erin kwijt kan, en in contact kom met andere mensen en culturen. Ik geloof er ook in dat ik de inburgering kan bevorderen voor deze families. Ik sloot me zelf aan bij FEMMA toen ik hier kwam wonen en dat sociaal contact zorgde er voor dat ik sneller opgenomen werd in de gemeenschap.

Hoelang en hoe vaak ben je actief als vrijwilliger?
Het begon een jaar geleden toen twee Syrische broertjes hier school kwamen lopen. Ik zag dat iemand hen bijles gaf en vroeg of ik kon helpen. Van het één kwam het ander. Ik overleg veel met de juffen om de jongens goed te helpen bij het begrijpen van de les. Ik zit in het klaslokaal naast het gewone leslokaal. De juf brieft me en vraagt me om verder te werken op thema’s die ze in de klas bespreken. We bestellen ook lespakketten voor anderstaligen en gaan echt op pad. Ik neem ze mee naar de supermarkt, de bibliotheek ... Zo leren ze de lesinhoud begrijpen in de dagelijkse praktijk. Ik probeer hen alles met beeld uit te leggen: de materialen, het straatbeeld …

Waarom kies je specifiek voor de doelgroep anderstalige kinderen?
Er zijn nog veel andere probleemkindjes in de klas, maar die hebben al veel ondersteuning, denk ik. Als ik er niet ben voor de anderstaligen, moet de juf dat allemaal zelf doen. En daar is geen tijd voor. Ook het CLB neemt zulke zaken niet op. Dusja … dan vallen die kinderen tussen wal en schip en nu kan je ze een kans geven.

Wat drijft je om dit engagement op te nemen?
Het contact met mensen houdt me gemotiveerd. Adviseren, uitleggen, helpen … dat ligt mij gewoon. Het is echt een passie en ik beleef er heel veel plezier aan. Het geeft me energie om de kinderen te zien groeien. Het is dan nog de vraag wat ze er mee doen, maar ik kan ze al een stukje op weg helpen.

Wat is de mooiste herinnering aan je job als vrijwilliger?
Dat is zeer moeilijk. Het is een groeiproces, allemaal heel kleine stapjes. Het leukste vind ik het punt waarop ze zelf een vraag stellen in het Nederlands. Dat ze dat doen uit zichzelf, zonder zich te schamen en de juiste woorden te gebruiken. Het besef dat ik en hun vriendjes hen de durf geven om zich uit te drukken.